Kader met Vliegend Draakje

95.00

Het vliegend draakje kan niet echt vliegen, maar wel korte stukjes zweven.

De 'vleugels' onthullen als ze uitgevouwen zijn vaak motieven die doen denken aan de vleugels van de dagpauwoog; oranje bij de vleugelrand, geel bij de flank en een wit-omrand, zwart 'oog' aan de punt, het oranje en gele deel is licht gevlekt met kleine bruine vlekken. Deze felle kleuren dienen als schrikkleur, als de agame de huidflappen opzet komen ineens felle kleuren tevoorschijn zodat vijanden worden afgeschrikt.

Het gewoon vliegend draakje komt voor in delen van Azië en leeft in de landen Maleisië, de Filipijnen, de Molukken en Indonesië.

De habitat bestaat uit beboste oevers van rivieren, beekjes en meren. Er is niet veel bekend over de levenswijze van deze agame, omdat de soort zeer moeilijk in gevangenschap, zoals een terrarium, te houden is; dit dier heeft veel ruimte nodig. Het voedsel bestaat uit mieren, vliegjes en andere kleine ongewervelden.

Vliegende draakjes hebben zes of zeven opvouwbare ribben ter versteviging en de 'vleugels' zijn hierdoor veel stugger. Net als vleermuizen vingers hebben met grote dunne huidflappen, maar veel minder ontwikkeld. Het gewoon vliegend draakje kan alleen de ribben uitklappen en omlaag zweven, niet opstijgen. Het zweefvermogen dient om van predatoren af te komen. Van bovenaf heeft het dier een bijna rond contour en lijkt enigszins op een frisbee, hoewel de agame uiteraard niet ronddraait. Al zwevend kan een afstand worden overbrugd van 200 meter, veel verder dan de vliegende gekko Ptychozoon kuhli of de Maleise vliegende boomkikker (Rhacophorus reinwardtii) doen. De ribben kunnen ook worden uitgeklapt bij predatie; een slang kan de agame niet bijten, omdat deze niet in de bek past. Ook kan de hagedis snel langs de bomen omhoog rennen, de huidflappen zijn dan opgevouwen.

Measurements:
25x25x4,5 cm

by Frieda Florizoone

Availability

Share